Lanzarote — of 'Lanza', zoals ik het al snel ging noemen. Voor mij was dit eiland het absolute begin van een boeiend avontuur. Ik zette er jaren geleden voor het eerst voet aan wal zonder te weten wat ik kon verwachten. Ik ging er aan de slag als reisleider voor Neckermann, Thomas Cook en Pegase, maar that’s it. Ik had nul ervaring met de job, wist niet met wie ik zou samenwerken en had geen idee wat ik zou tegenkomen.
Maar één ding wist ik meteen: ik zat hier op een heel bijzondere plek.
Terwijl je bij de Canarische Eilanden misschien snel denkt aan massatoerisme en betonnen hotelblokken, verraste Lanza me meteen. Het landschap is buitenaards boeiend. Bovendien zie je overal de hand van kunstenaar César Manrique: strakke laagbouw en een strikt kleurgebruik van wit, groen en blauw. En rotondes! Er zijn bijna geen verkeerslichten op het eiland (al staat er wel ergens eentje verstopt, ik weet exact waar hij staat). Wat me ook meteen opviel, was hoe ongelooflijk goedlachs de locals zijn. Overal werd ik met een big smile verwelkomd en niets was hen te veel.

Het eiland van... Bugs Bunny?
Als reisnerd duik ik natuurlijk graag achter de schermen. Wist je dat de inwoners van Lanzarote door de mensen van de andere eilanden 'Conejeros' worden genoemd?
Dat betekent letterlijk 'konijnenvangers'. Vroeger leefden er namelijk extreem veel konijnen op het eiland. Omdat het landschap zo droog en rotsachtig is, ontstond er een heel unieke, traditionele vorm van konijnenjacht. Die traditie zit diep: op het naburige eilandje La Graciosa heb je zelfs een klein strandje dat Barranco de los Conejos heet.
(En die iconische, halfronde muurtjes rond de wijnplantages om die droogte te trotseren? Dat is een technisch hoogstandje apart. Als je daar het fijne van wilt weten, moet je me in de winkel maar eens aan m'n mouw trekken!)

Het échte Canarische leven: Tinto de Verano en ser feliz
Destijds had ik nog niet meteen de 'rustzoeker-mentaliteit' die je nu misschien van een cultuurreiziger verwacht. Nee, we trokken volop op met collega-reisleiders van Thomas Cook of TUI — daar ben je echt één grote familie. Uitgaan deden we in de Jungle Bar in Playa Blanca. Daar leerde ik de Spaanse muziek kennen, dronk ik cocktails en proefde ik van het goede Canarische leven.
Als je er woont, merk je pas echt hoe hard de mensen met de zee leven. Locals toeren constant rond tussen de eilanden met de vele veerboten. Ze hebben zelfs hun eigen airline, Binter, die de archipel verbindt. Iedereen lijkt wel iemand te kennen op een ander eiland; het groepsgevoel onder Canario's is gigantisch.
Mijn absolute favoriete plek was restaurant Emmax. Hun concept was geniaal in al zijn eenvoud: ze kookten met één basisingrediënt van de week, waardoor de menukaart constant veranderde. En dat vat de ziel van het eiland perfect samen: met weinig middelen iets geweldigs neerzetten en gewoon gelukkig zijn. Samenstromen op het strand met vrienden, een Tinto de Verano in de hand en ser feliz!
Als ik echt even weg wilde, hing ik rond bij de faro in Playa Blanca, verkende ik de onderwaterwereld, zocht ik de ultra-lokale vibe op in Famara of trok ik naar de natuurlijke poelen van Orzola.

De eerlijke waarschuwing: Trap niet in de 'Grand Tour'
Je weet dat ik geen brol verkoop, dus hier is mijn ongezouten mening: de georganiseerde "Tour de Lanzarote" is de grootste tourist trap die er bestaat.
Met z'n allen tegelijk in een grote bus het eiland rond. Zie je dan mooie dingen? Jazeker, het Timanfaya-park is indrukwekkend. Maar je zit constant in de massa en halverwege de dag droppen ze je bij het slechtste, goedkoopste restaurant dat er te vinden is, waar je allesbehalve lekker lokaal eet.
Doe het niet. Je bent op vakantie, dus ban de rush-rush-mentaliteit. Huur gewoon zelf een auto en ontdek het eiland op je eigen tempo verspreid over meerdere dagen. Geniet op je gemak van een verborgen baaitje, ga op je eigen overtuiging verse vis eten in Famara, neem een duik in een natuurlijke poel in Orzola en reserveer een tafeltje bij Emmax. Pas dán snap je waarom dit eiland zo magisch is.
